Pokkén Tournament

Reviewers score:

72

Audiovisueel
85%
Presentatie
60%
Gameplay
70%
Duurzaamheid
70%
  • Eindelijk écht met Pokémon-vechten
  • Niet alleen voor de hand liggende Pokémon
  • Stages zitten vol met leuke kleine dingetjes
  • Het is allemaal wel heel erg basaal voor een fighting game
  • Zestien Pokémon nekt de game in story mode
  • Nia moet dood!

Eindelijk is het zo ver! Na ruim twee decennia erover fantaseren is er nu een game die je niet enkel een Pokémon laat spelen, maar die je ook als een laat vechten. Nu moet nog blijken of Pokkén Tournament de game is waar we van gedroomd hebben, of dat de meeste dromen maar beter bedrog kunnen blijven.

Het rooster liegt er in ieder geval niet om. Hoewel Bandai Namco zich er makkelijk vanaf had kunnen maken door de game tot de nok toe te vullen met fighting type Pokémon, heeft het in plaats daarvan ervoor gekozen om die extra stap te zetten. Voor de hand liggende Pokémon als Lucario, Machamp en Blaziken worden aangevuld door minder conventionele opties als Gengar, Gardevoir en Sceptile en Pokémon als Suicune, Chandelure en Pikachu, die op het eerste gezicht niets te zoeken hebben in een game als deze. Met in totaal zestien vechters heeft Pokkén Tournament niet de meest uitgebreide selectie in het genre, maar elke Pokémon voelt volledig anders aan, wat een hoop goed maakt. Een hoop is echter niet alles.

Alweer Braixen!?

De relatief kleine cast speelt de game namelijk parten in de story mode, die je tientallen gevechten achter elkaar laat doen om toernooien te winnen, zodat je jezelf kan opwerken in de Ferrum League. Regelmatig vecht je twee of zelfs drie keer achter elkaar tegen dezelfde Pokémon wat, gecombineerd met de zeer vlakke leercurve, ervoor zorgt dat de story mode al snel een repetitieve en eerlijk gezegd saaie bedoeling wordt. Zelfs wanneer de game je even uit deze sleur haalt om het verhaal een andere kant op te sturen, komt dit neer op meer van hetzelfde. Het enige wat verandert, zijn de omgevingen waarin je vecht.

Deze omgevingen verdienen overigens een pluim. De arena’s bevinden zich op allerlei locaties, zoals midden in een drukke stad, op het plein van een dorp, op het platteland en zelfs in een spookhuis. In elk van deze omgevingen zie je overal Pokémon, waardoor je zoek de monstertjes kan spelen terwijl je wacht tot de game voor de tigste keer zijn ellenlange introductie van de vechters doet. Een optie om te skippen zou, minimaal in singleplayer, absoluut geen overbodige luxe zijn geweest.

Maak een keuze

Alles hierboven zijn natuurlijk randzaken in een fighting game. Waar het immers om draait is het vechten, de balans tussen de karakters en competitieve gameplay. Met het team van Tekken aan het roer zou dit helemaal goed moeten komen, immers hebben ze hun strepen al dubbel en dwars verdiend. Met Pokkén pakken ze echter heel anders aan, waardoor we alsnog het vergrootglas erbij moesten pakken om alles onder de loep te nemen.

Tekken, zoals de meeste andere grote fighting games als Mortal Kombat en Street Fighter is een tweedimensionale fighting game, waarbij je karakter niet in de diepte kan bewegen. Het ontwikkelteam wilde echter de invloeden van hun eigen serie niet te prominent maken in Pokkén Tournament, wat heeft bijgedragen aan de keuze om een driedimensionaal gevechtssysteem te ontwikkelen dat meer doet denken aan de Naruto Shippuden: Ultimate Ninja Storm-serie dan aan Tekken. Tenminste, tot je bepaalde aanvallen uitvoert, want dan gaat deze zogenaamde field phase alsnog over in 2D, wat in Pokkén de dual phase heet.

In het begin is het lastig om in te schatten wanneer je in dual phase gaat of wanneer er juist weer uit, maar gaandeweg begin je er een gevoel voor te ontwikkelen. En dat is belangrijk, want deze phase shifts zijn essentieel om de Burst-meter vol te laten lopen die je Pokémon laat mega-evolueren, dan wel een power boost geeft. En in Pokkén zijn mega-evoluties al net zo gebroken als in de hoofdgames.

Wie het eerst komt…

Om de open deur in trappen: ik ben absoluut geen fan van mega-evoluties. Sommige Pokémon zien er geweldig uit in hun gloednieuwe vorm en ik zie er ook de meerwaarde van, maar de balans van de hoofdgames werd volledig verstoort door dit nieuwe mechaniek. Helaas trekt dit ook door in Pokkén, waar Pokémon in mega-vorm minder snel staggeren, veel meer schade doen en bovendien beschikking hebben tot een vernietigende burst-aanval die een derde tot soms de helft van de levensbalk van de tegenstander aan gort knalt. Gevechten komen dan ook zowel on- als offline neer op het spammen van aanvallen die dual shifts veroorzaken, zodat je zo snel mogelijk kunt transformeren. En nagenoeg altijd is degene die als eerste transformeert de winnaar. Maar zelfs wanneer je mega-evoluties buiten beschouwing laat, heeft Pokkén de nodige problemen.

De flow in een fighting game is van essentieel belang. In een genre waarin een honderdste van een seconde hét verschil kan maken, wil je niets dat je uit je groove haalt. Helaas zit Pokkén juist vol met dit soort dingen. Burst-aanvallen, hoewel indrukwekkend, duren te lang om naadloos in het gevecht op te gaan, support Pokémon die je tijdens een gevecht komen helpen breken de flow volledig op door de camera weg te halen bij de karakters en dan is er nog Nia. O God, wat haat ik Nia!

Nia is je supporter in Pokkén Tournament en coacht je door je eerste gevechten heen. Tijdens, tussen en na gevechten houdt ze echter ook geen drie seconden haar klep, wat extra irritant wordt door allicht de slechtste voice acting die ik ooit in een game heb gehoord. Twee tips die ik daarom wil mee geven zijn om in de HUB de Nia-tips op minimaal te zetten en de gesproken taal in Japans te veranderen, aangezien dit nog tolerabel is.

Niet voor eSports

Fighting games gaan natuurlijk al jaren mee, al zijn ze vandaag de dag lang niet meer zo belangrijk als voor de eeuwwisseling. Toch vind je dit type games steevast terug op eSports-toernooien door de levendige community en het feit dat de games bij uitstek voor competitief spelen zijn bedoelt. Pokkén is echter de uitzondering.

Met een lichte, zware en speciale aanval, evenals een worp, counter en verdediging, is Pokkén beduidend makkelijker om te leren dan de grootmeesters van het genre, die je vaak zes aanvalsknoppen geven om mee te spelen. Hierbij hanteert het een steen-papier-schaar-formule die stelt dat counters normale aanvallen verslaan, normale aanvallen een worp blokkeren en een worp door je verdediging breekt. Gestoorde combo’s zoals we die kennen uit concurrerende games hoef je echter niet te verwachten. Toegankelijkheid is het sleutelwoord geweest tijdens de ontwikkeling van Pokkén, waardoor de game ondanks redelijk wat diepgang te oppervlakkig is voor competitief niveau en waarschijnlijk dan ook online geen lang leven beschoren is.

Conclusie

Pokkén is geenszins een slechte game als je kijkt naar wat het is: de kans om Pokémon te laten knokken zoals het vroeger in onze gedachten er aan toeging. Het presenteert zich echter als een fighting game en daar heeft het simpelweg te weinig diepgang voor. Met zestien Pokémon, slechts drie aanvalsknoppen en een gebrek aan combo’s is Pokkén zeer geschikt als je kleine zijn eerste fighting game of als een activiteit op een avondje met vrienden, maar niet eSports-waardig. We vrezen dan ook dat de game door de meeste spelers al snel bij de lokale gameboer wordt ingeleverd of stof gaat happen.

Hot
Enquête
Meer nieuws
0%
Meer recensies
14%
Meer video-content
29%
Meer previews
0%
Meer prijsvragen
29%
Meer van alles
29%
Totaal aantal stemmen: 14 | 0 reacties
Speel nu

Games Headliner