Want hij was niet alleen mijn vader, hij was mijn beste maat. Hij is ook de man aan wie ik mijn liefde voor gamen te danken heb. Ik was pas drie toen hij me op schoot nam achter zijn PC. De lichtjes en piepjes van het opstartende scherm vond ik als klein jochie al reuze interessant, maar toen de originele Prince of Persia op het scherm verscheen, veranderde alles. Er ging een wereld voor me open.

Hoe hij mijn (gaming) leven vorm heeft gegeven
Zoals ik al zei, was mijn vader ook mijn beste maatje. Zeker toen ik jong was, speelden we veel samen. Wat hebben we veel potjes Command & Conquer en Warcraft versleten, en ook games als Duke Nukem 3D kwamen vaak voorbij. Ik voelde altijd zijn onvoorwaardelijke steun. Zolang het gamen mijn sociale leven niet in de weg zat, vond hij alles prima. Hij was sowieso niet het type vader dat vond dat kinderen per se op een sport moesten. Kinderen moesten vooral genieten, vond hij. En als ze dan liever DOOM speelden dan een bal in het net schopten, dan was dat maar zo.
Daarnaast had mijn vader een brede smaak in videogames, variërend van intense shooters tot strategiegames. Zodra hij oordeelde dat een bepaalde titel ook geschikt was voor mijn leeftijd, nam hij me steevast op schoot om de virtuele wereld te tonen. Als klein jochie heb ik zodoende talloze uren gefascineerd toegekeken terwijl hij klassiekers zoals Syndicate of Comanche meesterlijk wist uit te spelen. Juist doordat hij destijds zoveel diverse genres verkende, heb ik zelf eveneens een brede smaak ontwikkeld, al behoud ik uiteraard mijn persoonlijke favorieten.

Mijn vader was een meester in improvisatie
Mijn vader was niet alleen een gepassioneerde gamer, maar ook technisch onderlegd en een meester in improvisatie. Zo boorde hij ooit met de buurman een gat dwars door de muur om een LAN-kabel tussen hun PC's aan te leggen. Voor de onderlinge communicatie tijdens het gamen duwden ze een oude speelgoedtelefoon door datzelfde gat. Het ging om zo'n klassieke set met twee hoorns en een verbindingsdraad om op afstand met elkaar te praten. Zo creëerden ze eigenhandig hun eigen intercomsysteem.
Zijn grenzeloze vindingrijkheid kwam pas echt aan het licht toen hij weigerde een duur racestuur in de winkel te kopen. In plaats daarvan besloot hij zelf een exemplaar te ontwerpen, wat ertoe leidde dat ik na schooltijd geconfronteerd werd met een skelter waaruit het stuur was verdwenen. Mijn vader bleek dit specifieke onderdeel aan de eettafel te hebben geconfisqueerd om het, in combinatie met een gedemonteerde joystick, hout en Meccano, te transformeren tot een volwaardig racestuur voor de PC, inclusief schakelpook en pedalen. Hoewel ik aanvankelijk teleurgesteld was over mijn onbruikbare voertuig, maakte die frustratie onmiddellijk plaats voor pure bewondering bij het aanschouwen van het eindresultaat. Deze unieke, ambachtelijke constructie bleek bovendien zo oerdegelijk dat deze maar liefst tien jaar lang vlekkeloos heeft gefunctioneerd.
Vlak voor zijn overlijden was hij alweer bezig met een nieuw project: het bouwen van een speciale controller voor de Ship Simulator-games. Zulke specifieke hardware kun je uiteraard gewoon in de winkel kopen, maar mijn vader zou mijn vader niet zijn als hij het niet zelf zou maken. Om deze controller te realiseren, gebruikte hij wederom veel hout én hoe kan het ook anders, iets wat van mij was: een oude DualShock 3 controller. Dit project heeft hij jammer genoeg nooit kunnen afmaken. En hoewel ik ontzettend veel van hem heb opgestoken, is mijn eigen technische knowhow helaas niet goed genoeg om het alsnog te voltooien.








Reacties (2)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie