Twee weken geleden gaf Ubisoft in het jaarverslag aan dat microtransacties hun games leuker maken. Deze boodschap was vooral gericht op hun aandeelhouders en niet zozeer op hun spelers, en het was dan ook niet vreemd dat het hele internet vervolgens over Ubisoft heen viel. Dit roept dan vervolgens de vraag op waarom microtransacties zo gehaat zijn bij het grote publiek, terwijl bedrijven goed garen spinnen bij diezelfde microtransacties.

Prijsdiscriminatie
In economische termen zijn microtransacties een vorm van prijsdiscriminatie. Prijsdiscriminatie is als een bedrijf een vergelijkbaar product aanbiedt voor verschillende prijzen. Denk aan de eerste en tweede klas in de trein: of je nu eerste of tweede klas reist, in beide gevallen kom je tegelijkertijd aan op je bestemming. Maar in de eerste klas zit je wel fijner en daar betaal je dan ook voor. Bij videogames kun je het vergelijken met de de XBox Series X, die precies dezelfde games speelt als de Series S, maar dan wel een stuk mooier. Of Assassin’s Creed Shadows, waar je standaard schuilplaats prima dienst doet, maar wel mooier is wanneer je betaalt voor een extra beeldje of een boom.

Winst
Prijsdiscriminatie levert bedrijven winst op. Om dit te illustreren staan hier onder twee plaatjes; eentje met prijsdiscriminatie en eentje zonder. In beide gevallen zijn er drie consumenten die allemaal een verschillende prijs overhebben voor een game. Arthur wil maximaal € 110,- betalen, Britt € 80,- en Chris € 50,-. En stel dat Ubisoft vervolgens € 60,- vraagt voor hun game, dan kopen Arthur en Britt de game, en Chris niet. Ubisoft verdient dan € 120,-. Dit illustreert het linkerplaatje.












Reacties (2)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie