Heb je last van zeurende ouders of partner wanneer je besluit om je vrije tijd te spenderen aan het spelen van videogames? Dan heb je vanaf nu het perfecte antwoord: gamen is goed voor je. Dat heeft Jeffrey Anderson van de University of Utah bewezen.
In het kader van hersenonderzoek heeft Anderson de hersenen van tweehonderd fanatieke gamers geanalyseerd en vergeleken met tachtig ''normale'' tieners. Hieruit bleek dat de gamers hyperconnectiviteit tussen enkele hersendelen hadden, wat de nodige voordelen met zich meebrengt.
Een van deze voordelen is dat gamers informatie en impulsen veel rapper verwerken dat hun niet gamende tegenhangers. Met name audiovisuele impulsen zouden veel sneller worden opgenomen, waardoor de responstijd erop drastisch verminderd wordt. Dit zou zich in het echte leven kunnen uiten doordat de gamer sneller reageert op bijvoorbeeld een onverwachte verkeerssituatie.
Het is echter niet allemaal goed nieuws. Hyperconnectiviteit zorgt voor een hogere kans op ontwikkeling van onder andere schizofrenie en autisme. Hoeveel groter die kans is moet nader onderzoek echter uitwijzen. Hetzelfde geldt voor het effect van fanatiek gamen bij vrouwen. Deze test werd namelijk uitsluitend met mannen uitgevoerd.
Er zijn bovendien wat onzekerheden in het onderzoek. Zo is het niet duidelijk of de hyperconnectiviteit veroorzaakt wordt door gamen óf dat mensen die hyperconnectiviteit hebben juist aangetrokken worden tot gamen. Hiernaast zijn signalen dat gamers mogelijk overgevoelig zijn voor signalen, waardoor ze snel afgeleid wordt. Dit staat echter nog niet vast.







Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie