In Windrose bouw je een eigen piratenkamp, trek je eropuit om betere loot te bemachtigen en word je steeds sterker in een procedureel gegenereerde wereld. Uiteraard zijn de vele eilanden die je bezoekt geen gezellige vakantieoorden: andere piraten, monsters en dieren proberen je het leven zuur te maken. Het is jouw taak om te overleven in deze gevaarlijke wereld. Ook wacht er een oceaan die je moet trotseren: je bouwt je eigen schip, neemt bemanning aan en rust die uit met bijvoorbeeld betere kanonnen. Windrose doet niets uitzonderlijk unieks, maar neemt elementen uit andere games en combineert die tot een mooi geheel.
Een mix van verschillende games
Na het spelen van Windrose werd me al snel iets duidelijk: de game doet het goed omdat hij mechanics combineert die zich al hebben bewezen. Zo heeft het survivalaspect veel weg van Valheim. Waar Valheim je echter in het diepe gooit en je alles zelf moet uitzoeken, houdt Windrose je handje stevig vast. Quests laten je kennismaken met de game en dat voelt goed aan. Je hebt nooit het gevoel: “wat nu?” Geleidelijk maak je kennis met crafting-mogelijkheden en verhaalelementen. In die zin kun je de game goed vergelijken met een andere crafting-survivalgame: Enshrouded.
Leuk aan Windrose zijn de vele quality-of-life-features die vaak ontbreken in andere survival games, tenzij je mods gebruikt. Zo zijn fast travel, auto-sort en auto-deposit beschikbaar, en kun je resources automatisch gebruiken om items te maken zolang deze in je opslag aanwezig zijn, bijvoorbeeld in een kist.
Een ander genre dat naar boven komt wanneer je Windrose voor het eerst opstart, is het soulslike-karakter. Combat bestaat uit verschillende elementen: je hebt een light attack, een heavy attack en je kunt dodgen en parryen. Combat voelt responsief aan, maar is vaak (te) moeilijk, zeker als je nog nooit een soulslike hebt gespeeld.
De mengelmoes van verschillende genres en de implementatie van quality-of-life-features tonen aan dat Kraken Express precies weet wat de playerbase wil en nodig heeft voor een goede survival-crafting game.

Te moeilijk? Overleven is geen makkie
In Windrose ga je dood. Heel vaak dood. In het begin ging ik zo vaak dood dat het spel soms een sleur werd. In de eerste uren boekte ik weinig vooruitgang, waardoor Windrose frustrerend aanvoelde. Ik kan het aantal keren dat ik stierf door een groep zwijnen of andere vijanden niet meer op één hand tellen. Wanneer je doodgaat, respawn je bij je tent. Je verliest een deel van je items, dus moet je terug naar de plek waar je voor het laatst stierf. Dit zorgt voor veel backtracking, wat soms vervelend aanvoelt.
Gelukkig heb je een breed arsenaal aan wapens, zoals zwaarden, knuppels en pistolen, die je kunt upgraden om vijanden beter te lijf te gaan. Daarnaast beschik je over een talent tree en skill tree waarmee je je personage kunt specialiseren. Geen zorgen: je kunt alles altijd kosteloos respeccen. Dit maakt de character creation heel flexibel, wat ik enorm apprecieer.
Toch voelde de game voor mij nog steeds iets te moeilijk aan, wat me ertoe bracht om op een lager moeilijkheidsniveau te spelen. Ik hoop dat in de finale release van Windrose de standaardmoeilijkheidsgraad wordt aangepast, want nu voelt die te bestraffend aan.









Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie