Zoals het een spin-off betaamd, haalt Clash wel mosterd bij de hoofdserie, maar brengt het het op smaak met een eigen recept. Waar Zeno Clash het moest hebben van first-person melee combat mechanics, is Artifacts of Chaos een game die zich grotendeels in de derde persoon afspeelt en zich in het snel groeiende lijstje van soulslikes mag scharen.

Waarom precies?
De term souslike is er een die tegenwoordig te pas en te onpas wordt gebruikt. Als er duistere, cosmic horror in een game zit? Soulslike! Is de game retemoeilijk? Soulslike? Heb je zonder drie Wiki’s, twee woordenboeken en een fles Jack Daniels geen benul waar het nu in hemelsnaam over gaat? Yup! Soulslike! Dus deze uitspraak behoeft context.
In het geval van Clash, is de eerste plek waar je de FromSoft-invloeden merkt in gevechten. Wie denkt al fluitend de confrontatie aan te gaan als in een God of War of Devil May Cry, zal snel ervaren dat in Clash dood niet daadwerkelijk dood is. In plaats daarvan speel je met de nachtelijke vorm van hoofdpersonage Pseudo, die de weg terug naar zijn lichaam probeert te vinden. Denk aan hoe je jouw zielen of bloed terug kunt krijgen in Dark Souls of Bloodborne om je dood teniet te doen. De twist nu is dat je in deze vorm obstakels kunt passeren die je normaal niet kunt trotseren. Sterven is hiermee een reële optie om verder te komen.
Eens dit besef is ingezonken, zal je merken dat Artifacts of Chaos meer souls dan like is. Agressief spelen pakt zelden goed uit en in plaats daarvan moet je om vijanden heen rollen en aanvallen pareren om openingen te creëren die je uit kunt buiten. Hiervoor moet je bovendien altijd vlak op de vijand blijven, daar Pseudo een martial artist is die zichzelf als wapen gebruikt. Je kiest hiervoor in het begin van de game één stijl, waarop je later uit kunt breiden en waar je midden in gevechten tussen kunt wisselen. Er zijn ook wapens, maar deze kunnen breken en doen dat sneller dan je lief is. Dus die hou je beter achter de hand, hoe verleidelijk het ook is om ze in te zetten om sneller van combat af te zijn.
Want, om maar even met de deur in huis te vallen, combat is frustrerend. Het idee van Pseudo zijn martial art, is dat het vlug is. Hit and run tactics and all that. Maar vijanden zijn net zo rap, waardoor je doorgaans maar één klap kunt uitdelen op het moment dat je een opening ziet. En dan nog vraag je je meer dan eens af of je niet lucht hebt geraakt, daar er een totaal gebrek aan gewicht in de hits zit. Mede hierom liet ik mobs zoveel mogelijk links liggen, want eens je omsingeld wordt leg je al snel het loodje terwijl je doorgaans niets krijgt voor het verslaan ervan. Slechts een handjevol gevechten waren daardoor echt vermakelijk.










Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie