Het verhaal begint vrij eenvoudig. Het speelt zich af ergens in de eerste jaren van de 21ste eeuw, toen hardware nog eenvoudig open te schroeven was. In Akiba start je een klein winkeltje, waarbij je voor klanten elektronische apparatuur gaat repareren. Het gaat hier voor het overgrote deel om consoles, controllers en mobiele telefoons. Ook kun je een robothondje, een radio en een laptop van een reparatie voorzien.
Veel klanten met veel verhalen
In de meeste gevallen krijg je de hardware per post, maar soms komen mensen zelf ook spullen brengen. Zo behoren een gangster en een altijd dronken accountant tot je groep vaste klanten. Ze hebben allemaal hun eigen eisen en verhalen en jij helpt ze af en toe met het maken van een beslissing.
Het verhaal is vrij laagdrempelig en ontspannen, maar net als bij echte klanten is het vaak ook vervelend. Ik moet soms door hele verhalen heen skippen, terwijl ik lekker bezig ben met repareren. Het is prima om voor een zoveelste keer te horen dat Akiba een criminele buurt is en gevaarlijk en dat ik op moet letten, maar ik wil repareren en dan vind ik het erg vervelend als ik lastiggevallen word.

Toch is het een leuk verhaal waar je rustig doorheen loopt. Mensen komen met vragen die je kunt beantwoorden. Zo is er een politieagent die iemand zoekt en als jij doorgeeft waar deze persoon is, dan komt hij een dag later even buurten. Zoals je kunt verwachten was hij niet zo heel blij dat er een diender bij hem aanbelde. Het verhaal is niet lang, maar je hebt daarmee wel het gevoel dat je in een echte wereld aan het spelen bent met echte klanten.
Echte hardware
Je hele spelwereld bestaat uit een tafeltje met wat kastjes, een kassa en een computer. Het tafeltje is je werkplek. De kastjes heb je nodig om eventuele hardware die je later pas kan repareren op te slaan. Met de computer kun je onderdelen bestellen en kun je reparatieverzoeken accepteren die je wil uitvoeren.
Wanneer je hardware krijgt, doe je eigenlijk altijd hetzelfde. Je haalt de hardware uit elkaar, maakt het schoon, vervangt eventuele defecte onderdelen en, wanneer de reparatie is voltooid, leg je het apparaat op de balie, zodat de postbezorger het op kan halen. Deze postbezorger is enorm gul, want bij het ophalen van het pakketje laat hij het geld achter voor deze reparatie.

De hardware die je kunt ontleden bestaat echt. Dit geldt vooral voor devices van Atari, want daar mochten de ontwikkelaars ook werkelijk de naam voor gebruiken. Zo is mijn favoriete device de Atari Lynx, omdat ik die vroeger heb gehad en ook uit elkaar heb gehaald. De hardware komt redelijk overeen met hoe die er in werkelijkheid uitziet. Je hebt bijvoorbeeld ook hardware van Nokia, Sony en XBOX. Dat is exact dezelfde hardware, maar ze hebben allemaal net een wat andere naam. In dit geval zijn dat Pokia, Nony en XI-Box. De leukste vind ik de Game Boy, die ze in deze game de Game Duck hebben genoemd.
Wat vooral belangrijk is, is dat je goed onthoudt wat de volgorde is waarin je de apparatuur uit elkaar haalt. Eerst schroef je hem altijd open. Schroeven losdraaien kun je doen door met de muis op de schroef te klikken en deze gaat er dan vanzelf uit. Dit duurt even, maar je kunt upgrades kopen waarbij het schroeven veel sneller gaat. Daarna haal je beetje bij beetje het apparaat uit elkaar. Kapotte onderdelen kun je direct weggooien.
Daarna ga je bekijken wat vies is. Dit doe je door met je muis over het onderdeel te gaan. Is het onderdeel oranje omlijnd, dan is het vies en moet het schoon worden gemaakt. Is het rood omlijnd kan het onderdeel worden weggegooid. Alle onderdelen die wit zijn omlijnd zijn verder prima en daar hoeft niets mee te worden gedaan.
Op de computer kun je nieuwe onderdelen bestellen. Persoonlijk vind ik het leuker om tweedehands hardware te kopen, uit elkaar te halen en de onderdelen die nog prima meegaan apart te zetten. Die zijn nog prima te gebruiken voor reparaties. Dat is uiteindelijk goedkoper en het heeft ook wel wat om dit zo op te lossen.
De kracht van repetitie
Dit klinkt misschien allemaal bijzonder repetitief en dat is het ook. Ik heb dit echter op geen moment als vervelend ervaren, maar vond het juist bijzonder fijn. Het is een game die heel goed weet hoe je een voldaan gevoel moet krijgen. Iedere keer als je een onderdeel goed in het apparaat plaatst, hoor je bijvoorbeeld een bijzonder bevredigende klik. Het brein registreert dit als een perfecte plaatsing en dat is enorm prettig.

Verder word je steeds handiger in deze repetitieve taken. Op een gegeven moment kun je meedoen aan een competitie, waarin je zo snel mogelijk een apparaat zonder fouten in elkaar moet zetten. Omdat je dan al uren bezig bent, zijn bepaalde apparaten blind in elkaar te zetten en ik had de alternatieve Pokia 3310 binnen tien seconden in elkaar gezet. Dat is niet echt knap van mij, want het bevat amper onderdelen, maar toch is het leuk om te zien dat je er zo handig in kan zijn.
Naarmate de game vordert, verdien je steeds meer geld met de reparaties en kun je van dat geld licenties kopen voor nieuwe hardware. Die hardware wordt steeds complexer en ook steeds leuker. Zo vond ik de hardware van Nony onwijs leuk om uit elkaar te halen. Dit is natuurlijk Sony en het gaat om de PlayStation en de PSP. Aan de hand van deze game heb ik mijn eigen PSP geprobeerd voor de grap uit elkaar te halen en dat ging helemaal prima. Ik liet alleen een schroefje vallen bij het in elkaar zetten en nu zit ik met een probleem. Ik ben niet heel geschikt voor het repareren van hardware, maar gelukkig heb ik nu ReStory: Chill Electronics Repairs om dit te doen.
Conclusie:
Voor wie houdt van cozy games waarbij je gewoon lekker moet klussen op een niet al te ingewikkelde manier, is ReStory: Chill Electronics Repairs een schot in de roos. Het uit elkaar halen en in elkaar zetten van gamingdevices en oude telefoons is bijzonder leuk om te doen. Voor sommige mensen zal dit enorm repetitief overkomen, maar virtuele klussers hebben hier zeker plezier van.







Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie