Ik zal meteen met de deur in huis vallen. Tour de France is een sportgame die ieder jaar terugkomt, zoals je dit wel vaker ziet. EA SPORTS FC, WWE, NBA2K, MLB The Show, het maakt eigenlijk niet uit. Al deze games hebben hetzelfde probleem en Tour de France is geen uitzondering. Ze komen ieder jaar terug, waardoor de ontwikkelaars weinig ruimte krijgen om de game te laten evolueren naar iets moderns. Tour de France struikelt hier echter harder over dan de andere sportgames.
Ieder jaar een andere Tour
Tour de France 2026 is een game waarin jij als wielrenner een aantal wielerwedstrijden kunt naspelen. Dit zijn diverse klassiekers, zoals Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik, Milaan-Sanremo en nog een paar. Als grote voorbereiding op het echte werk is het nu ook mogelijk om de Tour Auvergne-Rhône-Alpes te trotseren. Deze wedstrijd werd vroeger de Dauphiné genoemd. Uiteraard is ook Parijs-Nice van de partij, dat tenslotte georganiseerd wordt door dezelfde stichting als de Tour de France. Allemaal zijn het zeer mooie races die mijn wielerhart sneller laten kloppen, maar het gaat uiteindelijk om die ene wedstrijd die ieder jaar de sportwereld op zijn kop zet: de Tour de France.
Ieder jaar staan de ontwikkelaars voor een uitdaging, want de Tour de France is nooit hetzelfde. Alleen de laatste etappe heeft meestal hetzelfde parcours, maar ook dit is recentelijk veranderd. Nu gaan ze ook langs de Sacré-Coeur en dat is voor de Belgen maar goed ook, want vorig jaar won Wout van Aert deze legendarische race. Helaas voor de fans gaat hij dit jaar niet meedoen met de echte Tour, maar in de game is hij gelukkig gewoon van de partij.
Waar met EA SPORTS FC er een AAA-budget tegen de game aangegooid kan worden, is dit bij Tour de France niet het geval. Ieder jaar moeten ze veel tijd en energie steken in het toevoegen van alle nieuwe etappes aan het assortiment en daarbij moeten ze ook nog eens verbeteringen toevoegen. Dit blijkt bijna een onmogelijke taak en dat zie je heel duidelijk terug.

Deze game is op grafisch gebied bijzonder teleurstellend. Alle coureurs lijken op elkaar. Ze hebben een grauwe huidskleur en het enige wat ze onderscheidt is het shirt van het team waarvoor ze rijden. Hoewel de animaties van de wielrenners wel goed in elkaar zitten, zijn de omgevingen heel erg veel van hetzelfde. Wanneer je tussen de bergen fietst, zie je aan de zijkant een paar onmogelijk steile wanden, die mij meer doen denken aan de grenzen van een spelwereld uit 2000, dan aan een berg die je later gaat beklimmen. Dit is nog maar een voorbeeld.
Wat wel mooi is gemaakt, zijn de wegen wanneer ze nat zijn. Ze hebben in deze nieuwe versie van de game dynamisch weer toegevoegd, want eerder was dit er nog niet. Het probleem met fietsen door de regen is dat je heel snel uitglijdt en dat hebben ze heel goed weten na te bootsen. Op de idiootste momenten ga je op je plaat en dat is accurater dan ik zou willen toegeven, want zo gaat dit in het echt ook. Op sommige dagen lijkt het meer geluk dan wat anders als je wel de hele dag op je fiets blijft zitten.
Verder moet ik erbij zeggen dat ik me redelijk bedrogen voel. De trailer die enkele maanden geleden uitkwam, liet een bijzonder kleurrijke game zien die gemaakt was in Unreal Engine 5. Hieruit blijkt wel dat het overzetten van oude content naar een nieuwe engine niet automatisch betekent dat een game er grafisch mooi uitziet.
Energie is alles
Wielrennen is geen sport waarbij de snelste wint, maar degene die er het langst over doet om zichzelf kapot te fietsen. De drie grote wielerrondes die er zijn, staan bekend als de zwaarste officiële topsportevenementen. Er worden per dag zoveel calorieën verbrand dat er niet tegenop te eten is en dat voor drie weken lang. Het is een slopende gebeurtenis.
Tour de France 2026 weet hier heel goed mee om te gaan. Iedere coureur heeft twee energiebalken: lange energie en korte energie. De lange energie is er om de race volledig te kunnen rijden en de korte energie is voor dat extra schepje erbovenop dat nodig is voor bijvoorbeeld de eindsprint of een ontsnapping tijdens een beklimming.

Dit klinkt eenvoudig en dat is het dus totaal niet. Om goed te kunnen rijden, gebruik je de rechtertrigger. Deze kun je namelijk harder en zachter indrukken. Wanneer je deze niet al te hard indrukt en de blauwe meter (voor lange energie) onder een bepaalde waarde blijft, loopt deze energiemeter langzaam vol. Zodra je voorbij die waarde gaat, gaat je energiemeter leeglopen. Dit gebeurt heel langzaam, maar rijd jij te enthousiast, dan ‘parkeer’ je voor je het weet en kun je amper nog verder. Je kunt er ook voor kiezen om een bepaalde inspanning vast te houden, zodat je steeds die inspanning levert. Dit is vooral met tijdritten bijzonder handig.
Dit is precies wat fietsen inhoudt. Je bent constant bezig ervoor te zorgen dat je zo lang mogelijk door kan blijven gaan met zo min mogelijk energie. Er zijn diverse manieren om dit te doen. De eenvoudigste manier is eten. Je krijgt eenmaalig tijdens een wedstrijd voedsel en als je dit inneemt, loopt de energiebalk een klein beetje op.
De belangrijkste manier is echter dat je ervoor zorgt dat jouw ploegleden voor jou gaan rijden. Dat houdt je uit de wind en dat scheelt enorm veel energie. Daarom fietsen wielrenners tijdens de wedstrijd bijna altijd in het peloton. Dit is puur om veel mensen uit de wind te houden, zodat hun energie bespaard kan blijven voor als het echte werk start. Hier zit met deze game wel een klein probleem. Iedere keer als ik aangaf dat een ploegmaat mij moest beschermen, ging die netjes schuin voor mij rijden en vervolgens duwde hij mij naar de kant van de weg, wat bijzonder onhandig is. Ik fietste daarom liever achter mijn tegenstander aan.
Het echte werk is nagenoeg altijd in de bergen. Het beklimmen van een berg kost tenslotte energie. Je beukt tegen zo’n berg op en sommigen zijn daar beter in dan anderen. Dit is goed nagebootst in de game. Voor mijn gevoel heeft Pogačar een soort oneindige hoeveelheid energie, want die blijft maar doorgaan. Zelfs als ik als Vingegaard speel, heb ik de grootste moeite om deze gigant bij te houden.
De echte uitdaging in de game komt na de klim. Met de afdaling beland je in een goedkope variant van MotoGP. Je moet strak door de bochten rijden, want ga je te hard, dan houdt je fiets dat niet en val je. Vallen gebeurt echter bijna nooit. Meestal kom je buiten de baan en zand is echt een verschrikking in deze game. Zodra je alleen maar heel even naast het asfalt komt, stopt je fiets direct en kost het ook serieus veel moeite om weer terug te komen in het peloton dat direct langs je heen raast. Dit is frustrerend. In het werkelijke leven verlies je weliswaar snelheid als je langs de weg komt, maar direct stilstaan is heel overdreven.

Een typische sportgame
Ik heb Tour de France 2026 gespeeld op de PlayStation 5 en in de tijd dat ik hem van een review voorzag, is hij 13 keer gecrasht. Dat is veel, zeker op de PlayStation. Op de PC kan dit nog verklaard worden door een conflict met drivers of iets anders, maar op een console hoort dit niet voor te komen.
Tour de France 2026 levert uitgebreid bewijs dat er toch eens goed gekeken moet worden of jaarlijks terugkerende sportgames wel handig zijn. Het lijkt er wel op dat er simpelweg geen tijd is om iets te doen aan de lelijke graphics en ook de besturing van de fietsen is niet altijd top. Toch heb ik, als wielrenliefhebber, een leuke tijd met de game. Je komt er in ieder geval lekker door in de sfeer van de Tour de France.
Conclusie:
Voor wielerfans die begrijpen waar wielrennen over gaat, heeft Tour de France 2026 nog wel waarde. Heb je echter niets met de sport, dan gaat deze game daar niets aan veranderen. Grafisch loopt hij enorm achter en de gameplay is niet echt spectaculair te noemen. Ik, als wielerfan, had er op momenten plezier mee, maar raakte door crashes en kleine inconsistenties in de gameplay ook vaak redelijk gefrustreerd.









Reacties (1)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie