De grens tussen videogames en moderne oorlogsvoering is de afgelopen decennia steeds dunner geworden. Oorlog is zeker geen spel geworden, maar we zien wel sterke gelijkenissen wanneer we militaire videogames vergelijken met moderne oorlogsvoering. Bovendien is het interactieve element zeer belangrijk binnen videogames. Dit in tegenstelling tot films, die louter een passief medium zijn. In zijn boek Militainment, Inc: War, media, and popular culture benadrukt Roger Stahl (2010, p. 2) deze interactiviteit en stelt dat dit heeft geleid tot een verschuiving van een representatie van oorlog als “spektakel”, die mensen vormde tot burger-toeschouwers, naar een “interactieve” modus die de burger transformeert tot een virtuele burger-soldaat.
High-tech warfare
De gelijkenissen tussen videogames en moderne oorlogsvoering zien we misschien het duidelijkst terug in het gebruik van hoogtechnologische wapensystemen. Drones zijn hiervan wellicht het bekendste voorbeeld. Net zoals in videogames wordt de actie niet meer direct ervaren, maar geprojecteerd via een scherm. Spelers gebruiken vaak gelijkaardige technieken en handelingen als echte soldaten, die virtueel op afstand opereren. Soldaten zijn steeds vaker “operators” geworden die achter een scherm met dodelijke precisie vijandelijke “targets” uitschakelen.
In een video van VICE uit 2020 getuigt Brandon Bryant hoe de vaardigheden van een gamer en een drone-operator sterk op elkaar lijken: “De vaardigheden van een drone operator en een gamer zijn in essentie hetzelfde. Je hoeft alleen maar op één plek te kunnen zitten, naar een scherm te staren en een joystick te bewegen tot het tijd is om actie te ondernemen.”
Vaak wordt er ook herkenbare apparatuur gebruikt. Zo is een Xbox-controller niet meer weg te denken bij het besturen van drones of andere onbemande voertuigen. Zo zien we bijvoorbeeld hoe een Oekraïense soldaat een onbemand grondvoertuig bedient met een Steam Deck.










Reacties (1)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie