De gedachte achter deze game is relatief eenvoudig. Bouw je eigen mierenkolonie en overleef de wrede wereld van de mier. Voor alle duidelijkheid: de natuur van de insecten is bijzonder hard. Je ziet het terugkomen in hoe ze eruit zien. Ze zijn niet gemaakt om mooi te zijn, maar om ervoor te zorgen dat je overleeft. Spinnen, insecten en kleine zoogdieren: ze behoren allemaal tot ditzelfde kleine wereldje. Wat voor ons heel weinig is, is het universum van de kleine mier.
Het bouwen van een mierenkolonie
In Empires of the Undergrowth begin je altijd met een koningin en een paar mieren die ervoor zorgen dat er een ondergrondse grottensysteem wordt gebouwd. Daarna is het de bedoeling dat de koningin overleeft. De rest van de mieren zijn, net als in het echt, niet belangrijk. Ze zijn in dienst van de groep en om de één of andere manier handelen ze allemaal als een soort robotjes die precies weten wat er van ze verwacht wordt. Als je natuurdocumentaires over mieren ziet, dan zie je hoe verbijsterend dit fenomeen is.
Mieren zijn dan ook hét ideale onderwerp om een RTS van te maken. Je hebt de koningin die de basis maakt en eieren legt met de mieren die nodig zijn om te groeien. Wat daarna gebeurd, is moordende concurrentie met alles wat boven de grond te vinden en niet veel groter dan een paar centimeter is.
Het eerste deel van de game speelt zich af onder de grond. Je moet jouw mieren tunnels laten graven om voedsel te zoeken, mieren moeten tenslotte ook iets lekkers op tafel krijgen, en om de groep mieren te laten groeien. Zodra je denkt dat je voldoende mieren hebt om de grote boze wereld de baas te zijn, kun je de ingang van puin ontdoen en proeven de mieren voor het eerst in hun leven de frisse buitenlucht. Hier begint het potje eigenlijk echt.
Buiten zijn er allemaal heerlijke versnaperingen, die je kunt gebruiken om nog meer mieren te maken. Het probleem is dat je niet de enige bent. Er zijn spinnen, andere insecten en andere mierenkoloniën die allemaal hun punt van de taart willen hebben en die het niet fijn vinden als er een vreemde groep mieren een puntje mee wil pikken.
Het is dan ook vanaf het begin oorlog met alles wat beweegt. En mieren zijn er dol op. Je kunt van deze kleine opdondertjes zeggen wat je wil, maar ze hebben lef. Zonder nadenken gaan ze overal op af. Een mier past wel honderd keer in een bidsprinkhaan, maar deze groene rakker bevat ook heerlijk veel eiwitten en daarom kan het nuttig zijn om hem aan te vallen. Wees wel voorbereid, want bidsprinkhanen zijn keiharde jagers en gespecialiseerd in het doden van mieren. Het gaat je dus heel veel kosten om er eentje klein te krijgen.
Het doden van (angst voor) de spin
Het beste van de game is de horror die het met zich meebrengt en waar ik zeker waardering voor kan hebben. Ik heb namelijk altijd arachnofobische trekjes gehad. Arachnofobie is de angst voor spinnen en spinachtigen. Dit betekent niet dat ik volledig de controle verlies bij het zien van een spin, maar ik krijg wel de rillingen over mijn rug. Het is de combinatie van die acht poten met die dikke lichaampjes, wat bij mij een bepaalde reactie oproept en volgens mij is dit bij heel veel mensen het geval.







Reacties (4)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie