Agent 64: Spies Never Die is een first-person shooter die zich afspeelt in 1997. Je kruipt in de huid van de geheim agent John Walter, die op jacht is naar zijn aartsvijand Dominic Pulp. Zoals je kunt verwachten, heeft Pulp zijn eigen idee over hoe je met de mensheid om moet gaan en is het aan Walter daar wat aan te doen. Zeker op het moment dat zijn dochter erbij wordt betrokken, kun je verwachten dat Walter niemand laat leven die in de weg loopt.
Typisch verhaal voor een ouderwetse FPS
Het verhaal achter Agent 64: Spies Never Die is precies wat het moet zijn: flinterdun. Niemand die dergelijke games speelt, zit te wachten op een diepgaand meesterwerk en de ontwikkelaars weten dit niet alleen, ze omarmen het. De dialogen zijn net overtuigend genoeg ingesproken dat het meer grappig is dan dat je het serieus kunt nemen en dat is prima. Het hoort bij het type game.
Wat ze vooral met het verhaal willen bereiken, is dat je van locatie naar locatie gaat. Zo krijgt ieder level een eigen jasje en dat is heel fijn, want de gameplay blijft in de game precies hetzelfde. Net zoals iedere FPS kijk je door de ogen van de hoofdpersoon. Je ziet het wapen dat je draagt en wanneer je op de schietknop drukt dan, je raadt het nooit, vuur je kogels uit het wapen.

Een unieke besturing die je niet vaak meer ziet
Maar deze game heeft iets wat vrij uniek is. Wanneer je op de rechtermuisknop klikt, kun je normaal in een shooter in de scope kijken of bijvoorbeeld een alternatief wapen afvuren. Hier ga je in een vrij traag tempo lopen en kun je met jouw cursor heen en weer bewegen over het hele scherm. Zo is het handiger om iemand precies te raken waar jij dat wilt.
Dit komt uit de tijd dat GoldenEye 007 de wereld veroverde. Op de Nintendo 64 had je op de controller maar één joystick en daarom moesten de ontwikkelaars creatief zijn. Ze besloten om je rond te laten lopen met deze joystick, maar wanneer je een knop ingedrukt hield, zag je een cursor waarmee je over het scherm bewoog. Dit voelt tegenwoordig heel ongewoon om te spelen, maar werkte prima voor die tijd.
Agent 64 doet dit eigenlijk na. De besturing is stukken vlotter dan op de Nintendo 64 en daarmee is dit een mechaniek die niet alleen uniek is, maar ook best wel plezierig is om mee te spelen.
Traag reagerende NPC's
Het probleem met deze besturing is dat reactietijden van NPC’s langer duren. Als je een vijand tegenkomt, moet je eerst de rechtermuisknop indrukken om beter te kunnen mikken. Daarna moet je heel precies op het personage gaan staan en kun je pas schieten.
Zou je dit doen bij bijvoorbeeld DOOM: The Dark Ages, dan ben je dood voor je ook maar lood richting de vijand kunt schieten. Gelukkig heeft de ontwikkelaar de gouden oplossing. Ze maken de tegenstanders bijzonder langzaam en, zoals het met het spionagegenre wel vaker is, kunnen ze absoluut niet mikken.

Wat voor de tegenstander ook niet helpt, is dat ze geen ‘bullet sponges’ zijn. Een headshot is genoeg om de tegenstander om te leggen en als je dit goed doet, wandel je met redelijk gemak door de spelwereld. Ik moet hier wel bij aangeven dat dit ook voor de speler geldt. Je kunt niet veel kogels vangen voor je dood bent, dus het is fijn dat je tegenstanders niet zulke goede schutters zijn.
Op sommige momenten kan het echter wel saai worden. Als je door een spelwereld loopt en er staan vijf tegenstanders voor je die eerst heel langzaam jou aanwijzen, vervolgens een wapen pakken en dan op je schieten alsof ze allemaal LSD, GHB en drie liter whiskey achter de kiezen hebben, dan maak je er iets te makkelijk korte metten mee.
Toch heb ik mij er niet aan gestoord. De singleplayer duurt ook niet zo heel lang en is zeker vermakelijk. Zodra je de campaign hebt uitgespeeld, kun je nog wat challenges halen of kun je de levels opnieuw spelen in een hogere moeilijkheidsgraad, maar daar houdt het mee op.
Eenzame multiplayer
Wat ik best jammer vind, is dat bijna niemand potjes multiplayer speelt. Hier hebben de ontwikkelaars enorm goed gekeken naar GoldenEye 007, dat echt goede splitscreen-multiplayer had. We leven in 2026 en niet iedereen zal het met me eens zijn, maar splitscreen is een tikkeltje ouderwets en dankzij internet een beetje overbodig. In dit geval kan het echter wel heel handig zijn.
Deze game bevat multiplayer, maar dit is alleen realistisch als je dit lokaal of online met vrienden doet. Ik heb regelmatig geprobeerd om een online potje te vinden, maar helaas was er nergens iemand die dit organiseerde. Zelfs wanneer ik zelf een lobby maakte, kwam er verder niemand bij en ik denk dat de enige mogelijkheid is om jezelf toe te voegen aan de Discord van de game, in de hoop dat je daar gelijkgestemden kunt vinden die met je willen spelen.

Dit is best jammer. De ontwikkelaars hebben echt hun best gedaan om hier iets moois van te maken en kennelijk zijn er niet genoeg mensen die het spelen. Gelukkig is er een vermakelijke singleplayer die je flink wat uurtjes plezier zal opleveren.
Conclusie:
Agent 64: Spies Never Die probeert de magie terug te halen van GoldenEye 007 en de ontwikkelaars slagen hier redelijk in. De besturing is uniek voor een boomer shooter en levert best wel wat plezier op. De vijanden reageren wat traag, maar door de unieke besturing ben ik hier eigenlijk wel blij mee. Hoewel deze game zeker niet voor iedereen is, is hij voor liefhebbers van de klassieke first-person shooter de moeite waard.







Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie