Verrassend genoeg, grotendeels wel. Sinds Atari de franchise in 2023 weer in handen kreeg, nodigde de uitgever indie-studio's uit om iets eigenzinnigers met de bobcat te doen en die gok pakt hier behoorlijk goed uit. De ontwikkeling kwam terecht bij Fabraz, de New Yorkse studio achter de gesmaakte Demon Turf game. Het resultaat is dan ook een 3D-platformer gemaakt door een team dat weet hoe dat moet.
Verhaal en humor
Het verhaal is even absurd als het bestaan van deze titel. Bubsy's aartsvijanden, de Woolies, hebben alle schapen van de aarde ontvoerd. In eerste instantie trekt Bubsy zich daar niets van aan, tot de schapen zich transformeren tot dodelijke robots en vervolgens de fel begeerde gouden wol te stelen. En zo trekt onze kat alsnog de ruimte in.
De humor is volledig self-aware en lacht onbeschaamd met Bubsy's eigen gaminghistoriek. Bubsy is intussen wat ouder en luier en noemt zichzelf een platforming-D-lister die met tegenzin nog een game moet dragen en dat wordt met de nodige knipoog naar de camera uitgespeeld. Zijn Gen Alpha-nichtje is erbij om hem voortdurend "cringe" te noemen met alle generatiehumor die daar bij hoort.
Dit soort humor zal voor de ene persoon werken en voor de andere helemaal niet. De grappen worden na verloop van tijd ook wat oud. Bubsy die zowat elke keer dat hij zweeft "T-pose, baby!" roept, verliest zijn charme sneller dan je zou willen. Toch hebben de makers er heel wat uit weten te halen en dat alleen al voelt als een klein mirakel voor dit IP.

Movement en camera
Je begint meteen met een grote movement set, die je kan vergelijken met die van een 3D-Mario, maar dan on steroids. Springen, zweven, tegen muren opklauwen, van vijanden afstuiteren, enzovoort. Een nieuwe core move is een haarbal vorm, waarin Bubsy in een bal voortrolt en zowaar Sonic gaat imiteren. Nieuwe abilities speel je vrij via verborgen blueprints, maar die voelen vooral als extra's en niet als iets dat de gameplay echt vereist.
Die movement is tegelijk voorspelbaar en janky. Je kunt in de lucht wat bijsturen, maar elke move kun je maar ĂŠĂŠn keer per sprong inzetten. Doe je het goed, dan waan je je een echte acrobaat. Maar, doe je het verkeerd, dan schiet je het doel voorbij en moet je diezelfde moves gebruiken om alsnog netjes op je pootjes te landen. Combineer dat met een camera die rechtstreeks uit een PS1-generatie lijkt te komen, die je vaak manueel moet bijsturen en het wordt ronduit klungelig.












Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie