Dat betekent echter niet dat de game uitsluitend draait om de beroemde landing op het schiereiland Gallipoli. De game neemt je ook mee naar Mesopotamië, met onder andere gevechten rond Kut Al Amara. Daarmee biedt Gallipoli een bredere blik op een front dat in games maar zelden wordt behandeld. De serie krijgt hiermee een frisse omgeving, zonder dat BlackMill Games zijn vertrouwde formule volledig hoeft om te gooien.
De basis blijft hetzelfde: je kiest een klasse, sluit je aan bij een squad en probeert samen objectives te veroveren of te verdedigen. Met 25 spelers per team ontstaat er een slagveld waarin samenwerking belangrijker is dan individuele kills. Dat is aangenaam voor mensen die houden van een meer tactische aanpak.
Dit is niet de game waarin je voortdurend wordt beloond voor agressief spelen. Blindelings over een open terrein rennen kan voldoende zijn om enkele seconden later weer op het respawn-scherm te zitten. De game probeert je niet als een supersoldaat te laten voelen. Je bent vooral één soldaat binnen een groter geheel.
Teamplay is key
In de game heb je tien verschillende klassen die elk hun eigen rol opeisen op het slagveld. Zo zijn er onder andere de Officer, Heavy Machine Gunner, Sniper, Engineer en Stretcher Bearer. Tijdens mijn playthrough speelde ik voornamelijk met die laatste klasse, aangezien je hiermee je teamleden gemakkelijk in de strijd kunt houden. Ook het feit dat je gemakkelijk op teamleden kunt spawnen, vond ik aantrekkelijk. Zo hoef je zo weinig mogelijk tijd door te brengen op het respawn-scherm.
Een goede squad is meer dan een verzameling spelers die toevallig hetzelfde doel hebben. Wanneer verschillende rollen goed samenwerken, begint Gallipoli echt te werken. Een machinegeweer houdt de vijand onder druk, een Engineer helpt bij de verdediging en de Stretcher Bearer helpt gewonde teamgenoten.
Het is alleen jammer dat de voice chat-functie in-game zelden werd gebruikt. Ik merkte dat ik vaak de enige was die de communicatie gebruikte, waardoor ik daar op mijn beurt ook mee ophield. Wanneer je met vrienden speelt, kan ik me voorstellen dat de teamplay nog sterker naar voren komt dan tijdens mijn eigen speelsessies.

Geduld wordt beloond
In tegenstelling tot andere shooters, zoals Call of Duty of Battlefield, ligt het tempo veel lager. Je moet rekening houden met je positie, je teamgenoten en de vijand, die je vaak nauwelijks kunt zien. In veel opzichten kun je de game sterk vergelijken met Hell Let Loose, al ligt de snelheid bij Gallipoli een stuk hoger. In essentie kun je de game qua tempo het beste beschrijven als een mix tussen Battlefield en Hell Let Loose.
Dit is geen game waarin je van het ene vuurgevecht naar het andere sprint. Soms ben je minutenlang bezig met het voorzichtig verplaatsen van je squad, terwijl je probeert te bepalen waar de vijand zich bevindt. Je loopt van dekking naar dekking, kijkt over een zandwal of door een opening in een loopgraaf en wacht op het juiste moment om verder te gaan. Dit klinkt voor sommige spelers misschien saai, maar juist die rustige momenten zorgen ervoor dat de gevechten die daarop volgen harder aankomen.
Ook de gunplay is trager dan je gewend bent. Het richten neemt tijd in beslag, het herladen duurt lang en wanneer je met een grendelgeweer je eerste schot mist, moet je geduldig wachten voordat je opnieuw kunt vuren. Dat kan in het begin behoorlijk frustrerend zijn, zeker wanneer een vijand op enkele meters afstand voor je staat.
De wapens zijn dodelijk, maar tegelijkertijd omslachtig. Met één goed geplaatst schot kun je de vijand meestal uitschakelen. Iedere kogel telt. Dat verandert de manier waarop je speelt. Je kunt niet zomaar uit dekking springen, een paar kogels afvuren en vervolgens snel weer wegduiken.
Daar komt het suppressiesysteem nog bij. Zelfs wanneer je een vijand niet raakt, kan vuur in zijn richting ervoor zorgen dat hij onder druk komt te staan, zijn zicht vermindert en zijn wapen meer gaat bewegen. Schieten heeft daarom niet altijd als doel om iemand onmiddellijk te doden. Soms wil je vooral voorkomen dat de vijand zijn hoofd boven de loopgraaf uitsteekt, zodat je teamgenoten verder kunnen gaan. Bovendien word je in-game beloond voor suppressie, aangezien je er ook XP voor krijgt.
Ik ben er zeker van dat de stroefheid van de wapens niet iedereen zal bevallen. Het is een duidelijke designkeuze die samenvalt met de filosofie van de Eerste Wereldoorlog en die van BlackMill Games. Maar wie echt bereid is om zijn speelstijl aan te passen, ontdekt achter de trage wapens een verrassend tactisch systeem.

Een overtuigend slagveld
Gallipoli maakt misschien wel de meeste indruk met de manier waarop het slagveld tot leven komt. Ieder slagveld heeft zijn eigen karakter: de uitgestrekte stranden, steile heuvels, loopgraven en dorre landschappen. Je krijgt nooit het gevoel dat je op een willekeurige multiplayer-kaart rondloopt.
Grafisch ziet alles er prima uit. De game is geen fotorealistisch plaatje, maar de graphics hebben wel een duidelijke overtuigingskracht die de Eerste Wereldoorlog tot leven brengt. Als er één punt was waar ik niet van overtuigd was, dan waren het wel de character models. Deze zien er verouderd uit en vallen vooral op wanneer je aan het einde het overzichtsscherm te zien krijgt. Op sommige momenten vond ik ze zelf bijna komisch uitzien.
Ook het geluid speelt een belangrijke rol. Alles klinkt heel realistisch: de geweerschoten, explosies en artillerie. Het geluid draagt bovendien ver, waardoor je soms niet weet waar het volgende schot vandaan komt. Dat zorgt voor een constante onzekerheid. Wanneer er op jouw positie niets gebeurt, voelt het toch alsof je nergens veilig bent.

Conclusie:
Gallipoli is zeker geen game die het wiel opnieuw uitvindt. Wie de vorige games uit de serie heeft gespeeld, zal zich snel vertrouwd voelen met de gameplay. Toch zorgt het Ottomaanse front voor een verfrissende setting die we nog niet zo vaak hebben gezien in videogames. Vooral de combinatie van het tactische tempo, de dodelijke wapens en de sfeervolle slagvelden zorgt ervoor dat Gallipoli regelmatig weet te overtuigen. De game heeft zeker tekortkomingen. De character models lijken verouderd en de beperkte communicatie tussen spelers zorgt ervoor dat het teamplay-aspect niet altijd volledig tot zijn recht komt. Ook kan de stroefheid van de wapens niet bij iedereen in de smaak vallen. Toch heeft Gallipoli een duidelijke identiteit en is de game zeker aan te raden voor mensen die fan zijn van de setting. BlackMill Games weet opnieuw een minder bekend hoofdstuk uit de Eerste Wereldoorlog op een overtuigende manier naar het scherm te brengen. Het is misschien geen revolutionaire stap voor de serie, maar wel een geslaagde toevoeging aan de WW1 Game Series.







Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie