Een andere term die goed past bij Tides of Annihilation, is spectaculair. Ondanks dat Gwendolyn haar oorsprong vindt in Arthuriaanse (en daarmee Engelse) legendes, is ze getraind door een Aziatische meester. Deze heeft haar geleerd hoe te vechten met een zwaard, maar ook met een soort echoes van ridders die ze op kan roepen. Op elk moment draagt ze er vijf bij zich, waarvan vier in duo’s van twee waar je tussen kan wisselen. Voor mijn demo was de ene set Palamedes, een heavy knight met trage, krachtige aanvallen, en Kay, welke vijanden kan bevriezen in tijd zodat ze die niet kunnen ontwijken. Duo twee bestond uit Bedivere en Gawain, welke beide offensief te werk gaan maar de ruimte geven voor crowd control. De vijfde is tenslotte een naamloze archer knight, welke met zijn pijl en boog meer doet in de segmenten tussen gevechten door. Denk aan het neerschieten van zaken om obstakels te overwinnen of een touwbrug maken waar je aan kunt gaan hangen.
Toen ik met twee van mijn collega’s Tides of Annihilation zag tijdens Opening Night Live, waren zij niet onder de indruk. Te chaotisch en druk noemden ze het. En ik snap het wel. Wanneer je de combo’s complementeert met twee of zelfs vier knights, is het scherm echt een wirwar van ledematen, wapens en particle effects. Tijdens het spelen ervaarde ik hetzelfde, maar toch beschouwde ik het nooit als een probleem. Omdat ik 90% van die wirwar veroorzaak, wist ik wanneer wat te verwachten. Dan is het niet moeilijk om het overzicht te bewaren en komt de spectaculaire combat volledig tot zijn recht.

Meer dan wat het oog wil
Natuurlijk wil het oog ook wat en met de combat en de hoofdpersoon is een goed begin gemaakt. Een interessante wereld en daarbij passend een interessant verhaal zijn echter minimaal net zo belangrijk. Voor mijn speelsessie ging ik met Gwendolyn en haar volger Niniane naar een verlaten museum, waar we worden opgewacht door een tweeling met magische krachten. Ze doen maar weinig en laten daardoor weinig indruk achter, maar hetzelfde kan niet worden gezegd over twee slangen die achter de eerste deur wachten. Geen vijanden, maar slangen die quid pro quo willen voor je jouw weg mag vervolgen en bovendien niet je typische koudbloedige reptielen zijn. Deze wezens ogen als flexibele ijzeren armstukken van een harnas, inclusief vijf vingers die het gezicht vormen. En de geluiden die ze maken, doen denken aan iets wat je een vreemd wezen in Star Wars zou horen produceren.
Wat deze wezens willen, is dat je een Book of the Dead uit Egyptische folklore terugbrengt naar waar het tentoon werd gesteld. Een zoektocht welke, logischerwijs, begint in de Egypte-vleugel van het gebouw. Daar arriveren is echter niet zo simpel wanneer magie alles kapot heeft gemaakt en het is daardoor iets intensiever dan een simpele wandeltocht. Binnen enkele minuten vinden we echter wat we zoeken…en worden we erin gezogen. Het resultaat is een boss fight met Anubis die duidelijk inspiratie heeft gehaald bij God of War voor zijn quick time events en camerawerk, evenals Bayonetta voor de finesse waarmee Gwendolyn hiermee omgaat. Ik weet dat ik in herhaling val, maar spectaculair is het woord dat het geheel het beste omschrijft.

Wat nu weer?
Ik had gedacht dat de demo na de boss fight zou stoppen óf het verhaal verder op zou pakken. Maar ook hier stelt het spel niet teleur. Ik ga niet spoilen wat er hierna gebeurt, maar het museum wordt onder de invloed van magie nog onvoorspelbaarder en vreemder dan het al was en daarmee des te interessanter om te verkennen. Zo kan zelfs ik genieten van geschiedenis! Al helpt het gezelschap van een mooie vrouw ook zeker, zelfs als een zekere groep gamers daar anders in staat.
Verwachting:
Een boeiende wereld, prachtige graphics en veelzijdige, unieke combat mechanics. Er is niet echt iets van Tides of Annihilation waar ik kritiek op kan leveren, al hoop ik wel veel meer van die fantastische slangen te zien dan in de demo het geval was.







Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie