Het is natuurlijk niet zo gek dat een branche-organisatie aangeeft dat de branche belangrijk is en dat er meer geld naar die branche moet gaan. Maar economisch zijn de argumenten voor subsidie voor de gamesector dun.† De game-industrie heeft namelijk eerder te maken met overaanbod dan onderaanbod en het is niet duidelijk dat er sprake is van een marktfalen.
Overaanbod
Als je een subsidie op iets geeft, verhoog je het aanbod ervan. Kosten worden lager, en daardoor zijn mensen meer geneigd om iets te produceren. In zoverre zorgt subsidie voor de gamesector dus voor een groter aanbod aan games. Het probleem daarvan is alleen dat de gamesector geen groter aanbod nodig heeft. Het is eerder andersom, want er worden eerder teveel dan te weinig games gemaakt. Vorig jaar kwamen er ongeveer 19.000 games uit op Steam (ofwel zo’n 50 per dag), waardoor het grootste deel van die games ondersneeuwt. En dit is niet alleen maar shovelware. Want ook als je kijkt naar de wat grotere games, dan is er keuze genoeg: In 2026 alleen al zijn er tot nu toe zo’n 50 games uitgekomen die een score van 85 of hoger hebben op Opencritic. En daar komt dan ook nog de mobile gaming-sector bij en platformen als Roblox. Er is meer keuze aan games dan er ooit was, zeker als je bedenkt dat gamers lang niet altijd alleen maar het nieuwste van het nieuwste spelen en steeds vaker uitwijken naar oudere games.

Eenvraag-aanbod diagram met daarin de effecten van een aanbodsubsidie: De subsidie schuift de aanbodcurve naar rechts waardoor het aanbod groter wordt en de prijs daalt.
Dit overaanbod zie je trouwens in de meeste creatieve sectoren: in creatieve sectoren zijn mensen bezig met hun passie en nemen daardoor genoegen met een laag loon of lage winst. Op dit manier zie je dus dat gamemakers jarenlang werken aan geweldige games die vervolgens helaas nauwelijks verkopen.
Daar komt nog bij dat creatieve markten vaak getypeerd worden door superster effecten: de meeste gamemakers kampen met lage verkopen, maar enkele studio’s maken enorme winsten, een beetje vergelijkbaar met hoe dit in de muziekindustrie werkt waar je aan de ene kant miljardair Taylor Swift hebt en aan de andere kant bandjes met muzikanten die T-shirts uit hun eigen achterbak verkopen. De successen van de succesvolle games geven extra prikkels aan potentiële game-makers, want er bestaat altijd een kans dat net jouw game de volgende Among Us, Hollow Knight of Grow a Garden is.

Bron: Een eerdere column op basis van data van Matthew Ball en Pitchbook
Marktfalen
Naast een overaanbod aan games, is het helemaal niet duidelijk dat de markt voor videogames niet goed zou werken. Volgens het stuk van de NOS is het moeilijk voor startende gamemakers om externe financiering te krijgen. En dat klopt, zeker in het huidige klimaat waar durfkapitaal de gamesector verlaat. Maar dit betekent nog niet automatisch dat de overheid moet ingrijpen. Voor vrijwel elke startup in vrijwel elke sector geldt dat ze beginnen met eigen ingebracht geld en dat ze pas in aanmerking komen voor externe financiering als ze een klein (deel)succes of prototype kunnen laten zien. Die externe financierders (angel investors, venture capitalists) verlaten op dit moment echter de markt. Dat is vervelend voor gamemakers, maar ook rationeel vanuit die externe financierders, want die willen natuurlijk wel graag hun investering terugverdienen en zien dat de aandachtseconomie verschuift van gaming naar TikTok en gokken.

Cultuur
Daarnaast wordt het argument van het bouwen van een gamesector en Nederlandse cultuur in gaming genoemd. Maar de Nederlandse gamesector doet het al goed. Het Amsterdamse Guerrilla is een vlaggenschip van de Playstation, en er komen geweldige games van Nederlandse bodem uit. Games als Schim en Grunn hebben een overduidelijk Nederlands tintje. En iemand als Pim de Witte laat zien dat gaming in brede zin in Nederland tot succesvolle startups kan leiden. Je kunt natuurlijk altijd meer willen, maar je hoeft niet al te ver te kijken om Nederlandse successen in gaming te zien.

Bron: Weblog Silicon Continent (van economen Luis en Pieter Garicano) op basis van data van Dealbook. Een unicorn is een startend bedrijf met een geschatte waarde van meer dan een miljard dollar.
Ondernemersklimaat
Maar goed, als zo'n specifieke subsidie voor de gamesector een slecht idee is, wat kan er dan wel gedaan worden voor Nederlandse gamemakers? Want het klopt dat er minder kapitaal beschikbaar is. Mogelijk zou de Nederlandse overheid eens kunnen kijken naar Zweden. Daar lijkt het ondernemingsklimaat voor met name kleine bedrijven gunstiger dan in Nederland, als je tenminste kijkt naar het aantal zeer succesvolle startups. Dit lijkt te maken te hebben met specifieke belastingregels die het makkelijker maken om in startups te investeren. Zoiets zou dan niet alleen startende gamemakers kunnen helpen, maar ook startende ondernemers in brede zin.
Eindnoten
† Er zijn trouwens wel mogelijkheden voor subsidie voor Nederlandse gamebedrijven. Nederlandse MKBers die willen internationaliseren kunnen een DHI-subsidie aanvragen voor het tonen van hun producten op een internationale beurs (zoals Gamescom). Het idee achter deze subsidie is dat ondernemers soms wat huiverig zijn om de grens over te gaan terwijl dit ze wel veel op kan leveren. Een beetje een dunne redenatie voor een subsidie, omdat de opbrengsten vooral ten goede komen aan het specifieke bedrijf terwijl zo'n subsidie vanuit de belastingpot betaald wordt. Maar de mogelijkheid bestaat dus wel.
‡ In algemene zin vond ik het artikel van de NOS zwak. Eenzijdig geredeneerd, want er komen alleen game-makers en branche-vertegenwoordigers aan het woord en veel van wat zij zeggen wordt overgenomen zonder kritische noot. Het is nergens echt geheel onwaar, maar had wel kritischer kunnen zijn.
Bijvoorbeeld wordt de Nederlandse gamesector gebagatelliseerd: "Op een paar succesvolle games na is Nederland geen grote speler in de gamingwereld." Tsja. Dit negeert dan wel handig dat bijvoorbeeld Guerrilla een vlaggenschip-studio van Sony is, en dat mensen als Rami Ismail wereldwijd toonaangevend zijn.
Als de NOS bezoekers vraagt of ze Nederlandse games kennen, dan geven bezoekers aan dat ze deze niet kennen. Maar dit is wel heel afhankelijk van de vraagstelling, want als je bijvoorbeeld zou vragen naar Horizon: Zero Dawn, dan weten ze vrijwel zeker wat dit is.
De factcheck had ook wel wat kritischer gemogen. Als het stuk de overname van EA door Saudi Arabië noemt dan wordt dit gezien als "getuigen van toekomstvisie. "Er wordt echt gekeken naar welke markt groeiende is."", terwijl de verkopen van EA vóór die overname juist jarenlang stagneerden.
Mark Dijkstra is universitair docent Finance aan de Vrije Universiteit Amsterdam en een fervent gamer. Met zijn kennis én zijn passie schrijft hij twee keer per maand een gastcolumn op GameQuarter, waarbij hij gebeurtenissen en ontwikkelingen in het gaming-landschap bekijkt vanuit een economische lens.






Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie