Voor dit vijfde deel kiest Supermassive een andere aanpak. Directive 8020 verruilt de traditionele horror voor een sci-fi-omgeving aan boord van het ruimteschip Cassiopeia. De bemanning van dit schip is op weg naar de planeet Tau Ceti f om te zien of deze planeet geschikt is voor kolonisatie. Natuurlijk loopt alles mis als de Cassiopeia wordt binnengedrongen door een buitenaards wezen dat de vorm van de bemanningsleden kan aannemen. De speler moet erachter komen wie echt is en wie een bedrieger is. Er zijn ook nog andere veranderingen: het aantal quick time events is verminderd en voor het eerst zijn er stealth-secties toegevoegd, waardoor je meer controle over je personage hebt. De focus ligt nog steeds op jouw keuzes en hoe die het verhaal beïnvloeden, maar met een groot verschil: keuzes zijn niet langer definitief. Met de nieuwe turning points kun je het spel terugspoelen om een andere weg te kiezen.
Waar is de Curator gebleven?
Hoewel Directive 8020 onderdeel is van de The Dark Pictures-reeks, merk je daar tijdens het spelen opvallend weinig van. Als je de game opstart, maakt Supermassive wel direct duidelijk dat de game erbij hoort en ook het feit dat je de curator secrets kunt vinden laat zien dat er connecties zijn met de franchise. Echter, één van de belangrijkste elementen van de serie ontbreekt in dit deel: de Curator zelf. Dat hij schittert door afwezigheid heeft meerdere redenen. Ten eerste is Tony Pankhurst, het gezicht achter de Curator, in 2024 overleden. Daarnaast vonden de ontwikkelaars het personage simpelweg niet passen bij de science fiction setting van de game. Het zijn stuk voor stuk logische redenen, maar voor de fans blijft het wel een gemis.

Meer science fiction dan horror
Het verhaal van Directive 8020 is vermakelijk en heeft een aantal leuke twists. Echter, er zijn ook dingen die je al van een lichtjaar afstand ziet aankomen. Dit komt mede doordat Supermassive duidelijk inspiratie heeft geput uit films als Alien, The Thing en Life, en games zoals Among Us. Als je die titels kent, weet je eigenlijk al een beetje wat je kunt verwachten, al weet de game je op sommige momenten toch te verrassen. Wie overigens een doodeng horrorverhaal verwacht, komt van een koude kermis thuis. Hoewel er zeker een aantal goede jumpscares in zitten en de sterfscènes lekker creatief en minstens zo gory zijn als in The Thing, leunt de game vooral op het science fiction thema.
Het verhaal voelt aan als een jaren tachtig B-film. Op zich geen minpunt, ware het niet dat de meeste acteurs behoorlijk matig presteren. De enigen die ik nog redelijk goed vond, waren Lashana Lynch, Danny Sapani en Kobna Holdbrook-Smith, simpelweg omdat ze vol overgave spelen. De rest van de cast daarentegen was net zo interessant als nat karton. Nu is dit niet alleen de schuld van de acteurs, maar ook van het script en de dialogen, die soms echt cringeworthy zijn. En dat is jammer. Als er net wat meer moeite in het schrijf- en acteerwerk was gestoken, had dit zomaar het beste verhaal uit de franchise kunnen zijn.
Stealthsecties zorgen voor vernieuwing en irritatie
Naast de gebruikelijke quick time events van de serie zijn er dit keer dus ook stealth-secties waarin je vijanden moet ontwijken om veilig bij je objective te komen. De eerste paar keer zorgt deze nieuwe gameplay zeker voor een frisse wind binnen de franchise; het kan behoorlijk intens zijn en voor de nodige zweethandjes zorgen. Maar omdat elke stealth-sectie op exact hetzelfde neerkomt, is de nieuwigheid er snel vanaf en wordt het op een gegeven moment zelfs irritant. Gelukkig duren deze stukken nooit heel lang.










Reacties (3)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie