Als jij een fan bent van de originele Final Fantasy VII, weet je in grote lijnen wat een hoop van deze content in zal houden. Rebirth is een direct vervolg op Remake en het spelen zonder die voorkennis is als het rennen van een marathon terwijl je beweging in het afgelopen jaar neerkwam op tussen de koelkast en de bank lopen. Toch is het tegelijk veel meer dan dat, want waar je in Remake beperkt was tot Midgard, gaat in Rebirth letterlijk de wereld voor je open.

Zo veel te doen, zo weinig tijd
Deze open wereld is zonder twijfel de ster van Final Fantasy VII: Rebirth. Met het verhaal als gids, gaan Cloud en zijn vrienden achter Sepiroth aan nadat hij een gevaar voor de mensheid is geworden. Maar zoals beroemd filosoof Ralph Waldo Emerson al zei: het is niet het doel, het is de reis waar het om gaat. Zelden voelde die uitspraak zo gepast als in Rebirth.
De open wereld is opgedeeld in een hoop stukken om te verkennen, met lineaire segmenten als dungeons die ze met elkaar verbinden. Hierin kun je verkennen om schatten en vijanden te vinden, evenals sidequests en resources, welke je allen makkelijker kunt ontdekken door torens te activeren. Belangrijker dan dat zijn de vele, vele minigames, zowel oud als nieuw, die je overal kunt vinden. Denk aan snowboarden en racen op chocobo, maar ook aan Queens Blood, een gloednieuwe card game die zelfs het geliefde Triple Triad uit het water blaast. Deze dingen doen is natuurlijk grotendeels optioneel, echter behalve leuk ook verre van een overbodige luxe als je je karakters wil versterken. Persoonlijk loop ik echt niet warm voor open wereldtitels, maar de manier waarop het hier is opgezet vond ik erg fijn, daar het dient als variatie tussen de lineaire verhaalmomenten en nederzettingen door.

Qua main story zal je niet het bevredigende einde krijgen waar je allicht op hoopt. Final Fantasy VII Remake is bedoeld als een trilogie, waarvan Rebirth de tweede is. Dit betekent dat het vooral veel dingen opzet om bij dat einde te komen. Sepiroths val is hier een voorbeeld van, al krijgt ook de party een hoop ontwikkeling en uitdieping, waarbij ik vooral Barret wil benoemen als een goed voorbeeld. Het tweede deel van een trilogie is vaak de zwakste, maar Rebirth kan zich verhalenderwijs op alle fronten meten met Remake. Zelfs de vreemde extra story content uit het eerste deel wordt voorgezet en roept enkel meer vragen op bij allen die het zien.
Tot het uiterste gedreven
Hoe cool de open wereld ook is, hij is zeker niet perfect. Final Fantasy VII: Rebirth is tegelijkertijd visueel imponerend als een tikkeltje teleurstellend, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Specifiek is het level design werkelijk ongeëvenaard. Elke locatie is nieuw leven in geblazen en zitten zo volgepropt met kleine details dat het niet verwonderlijk is dat de fysieke versie op twee discs moet verschijnen. Heb jij als kind Final Fantasy VII gespeeld? Dan is Rebirth waarschijnlijk de verwezenlijking van hoe de wereld er destijds in je verbeelding uitzag. Daarom kan ik de tekortkomingen ervan ook makkelijk vergeven, zelfs als ik ze uit professionaliteit wel moet benoemen.










Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie