Een dergelijke videogame kan concreet twee kanten op gaan. Het kan een hervertelling zijn van het bronmateriaal of een gloednieuw verhaal vertellen binnen het bestaande universum. Bandai Namco kiest in recente jaren meestal voor het tweede, met releases als One Piece: Odyssey en de Sword Art-serie als een goed voorbeeld hiervan. Voor Isekai Chronicles is echter voor een combinatie van de twee gekozen.

Hoe werkt dat dan?
Het verhaal van deze game begint na de dood van Shizue. Rimuru heeft door haar in zich op te nemen zijn menselijke gedaante gekregen en richt zich nu op het verder uitbouwen van zijn dorpje. Conflicten met de ogres, orc lord, Charybdis en meer onderbreken echter voortdurend de vrede.
Deze bekende gebeurtenissen zijn verweven met nieuwe evenementen, draaiende om een goblin die wraak wil nemen op Tempest en het daarom blijft aanvallen, en de natie van Angelus, welke de kracht van Veldora zoekt en Rimuru bedreigt als hij niet van plan blijkt mee te werken. Stukjes van deze verhalen komen tussen de reguliere gebeurtenissen door en karakters die ze introduceren, worden meegenomen in het canon-verhaal, waardoor ze niet uit de toon vallen. Hiervoor heeft auteur FUSE zelf gezorgd door het geheel te schrijven. Maar dat is nog niet alles. Momenten die in de anime werden overgeslagen, zoals de introductie van Zegion en Apito, zijn wel in dit verhaal verweven, waardoor zelfs fans die niets moeten hebben van dit soort expanded lore hier iets te halen hebben.

Ah shit, here we go again
Minder positief ben ik over de gameplay die om dit verhaal heen is gebouwd. That Time I Got Reincarnated As A Slime: ISEKAI Chronicles presenteert zichzelf als een 2D beat ‘em up van hetzelfde soort als bijvoorbeeld Odin Sphere: Leifthrasir en Dragon’s Crown, maar kan enkel om die reden in één adem genoemd worden ermee. Qua polijst en hoe leuk het is om te spelen, zou deze game zich namelijk eveneens in een andere wereld kunnen bevinden.
Hierbij is er niet één ding dat de gameplay resoluut slecht maakt. Het is een combinatie van factoren. Van levels die enorm op elkaar lijken en meermaals zelfs de kaart recyclen, AI-kompanen die het gros van de tijd niets doen, het feit dat er slechts een handjevol vijanden zijn (daar verschillende kleurtjes niet tellen), tot aan de combat die weinig meer is dan zo snel mogelijk skills spammen. Er is niets, maar dan ook werkelijk niets positiefs te zeggen over het combat-aspect van het spel, buiten dat het trouw is aan het bronmateriaal. Dat is bij een gelicenseerde titel echter wel echt het minimum om te behalen.








Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie