Farthest Frontier smijt je vanaf het begin in een van de vier mogelijke biomen met een handvol kolonisten die op zoek zijn naar een beter leven. De voorraad is schaars en het is jouw taak om een nederzetting te bouwen die zelfvoorzienend is en de tand des tijds doorstaat. Je begint met hout hakken, je bouwt wat huisjes en je zet jagers op pad om wild te schieten. Naarmate je populatie groeit door migratie en geboortes, krijgt je dorp meer behoeftes. Je hebt meer monden te voeden, dus bouw je boerderijen en doe je aan veeteelt. Je ontwikkelt verder je stadscentrum, waardoor je nieuwe gebouwen vrijspeelt en alles efficiënter verloopt. Zo ga je verder tot jouw dorp langzamerhand uitgroeit tot een ware stad en metropool. Een uitgebreide “techtree” en wat beleidsopties zorgen ervoor dat je je dorp verder uniek kunt maken. Voor veel gamers van het genre klinkt deze gameloop herkenbaar. Toch doet Farthest Frontier iets wat weinig andere citybuilders doen: vergaand realisme.
Zwoegen op het land: boeren en bevolking in barre tijden
Wie aan de middeleeuwen denkt, zegt natuurlijk landbouw. Het agrarische aspect is hierbij enorm goed uitgewerkt. Zo hebben bepaalde gebieden een hogere vruchtbaarheid dan andere gronden. Wie nauwlettend en strategisch aan de slag gaat, plaatst zijn velden natuurlijk op die gronden waar de vruchtbaarheid het grootst is. Naast de vruchtbaarheid kan ook extra zand of klei worden toegevoegd aan de grond, wat voor bepaalde gewassen een extra voordeel biedt. Stenen en onkruid op het veld moeten verwijderd worden, en compost – van de nabijgelegen vuilnis in je stad – wordt gebruikt om een hogere oogst te verkrijgen. Ziektes en plagen kunnen je oogst beperken. Nabijgelegen velden met hetzelfde gewas kunnen ook besmet raken. Samen met verzuring van de grond is het hierdoor ook afgeraden om aan strikte monocultuur te doen.
Een andere voedselbron is natuurlijk jagen, foerageren en veeteelt. Het jagen en foerageren is zeker in het begin een waardige manier om aan voedsel te komen, maar naarmate je stad groter wordt, is veeteelt efficiënter. Koeien zorgen niet alleen voor proteïne, maar geven je ook leer en melk, die dan weer gebruikt kunnen worden voor het vervaardigen van kleren en kaas.
In contrast met andere games in het genre voegt Farthest Frontier een extra dimensie toe: het bederven van voedsel. Op die manier verhindert de game je om aan het begin van je sessie massaal veel voedsel in te slaan. Hamsteren van voedsel heeft dus geen zin, tenzij het voor de aankomende winter is. Bepaalde gebouwen, zoals een voorraadkelder, zorgen ervoor dat je voedsel langer eetbaar blijft, maar met het bederven van voedsel zul je blijvend rekening moeten houden.
Ziektes kunnen ook uitbreken in je stad: scheurbuik, dysenterie, tetanus… Nare ziektes kunnen natuurlijk beperkt worden door bijvoorbeeld een gevarieerd dieet. Een hospitaal kan gebouwd worden voor als er toch een gewonde of zieke valt. Dit alles wordt grafisch prachtig tentoongespreid op je scherm.








Reacties (0)
Deel je mening over dit artikel met andere GameQuarter-lezers
Plaats een reactie